De groei en oogst van de olijven.
De bloeiperiode van de olijfboom is rond maart en april, uiteraard afhankelijk van de weersomstandigheden.
Als maart een relatief warme maand is dan staan de olijfbomen eind maart volop in bloei.
In een koel voorjaar met minder zon bloeien de bomen tot in juni.
De bloempjes zijn vrij klein met witte bloemblaadjes en een gele stamper met meeldraadjes.
Men moet echt dichtbij de boom gaan staan om de bloei te kunnen zien.
Een olijfboom ontwikkeld vele malen meer bloempjes dan er uiteindelijk in vruchtjes overblijven.
Ook hevige voorjaarsregens en sterke wind reduceren het aantal bloempjes.
Volg de groei en bloei op deze pagina.


Na de bloeiperiode verschrompelen de bloemblaadjes en blijft een klein groen knopje achter, de "baby" olijf.
Deze groeit nog wat tot een klein olijfje en daarna bijna niet meer gedurende de lange hete en zeer droge zomers.
De olijfjes bevatten in deze periode wel al de pit, maar bijna of geen vruchtvlees.
Olijfbomen kunnen heel lang zonder water, zodat niet alle boeren gebruik maken van irrigatie. De kosten van het irrigeren wegen soms niet op tegen de extra opbrengst.
De eerste regenbuien van de herfst halen de olijfjes uit hun "zomerslaap" waarna ze volop gaan groeien, op dit moment is dan echt te zien welke boom veel of weinig olijven gaat geven.
De olijven krijgen dan een gifgroene kleur en de takken gaan doorbuigen.
Er zijn bomen die zoveel olijven aan een tak krijgen (soms wel 100kg) dat deze afbreken, daarom zie je bij veel bomen stokken onder de takken staan ter ondersteuning.

In de oudheid was het allemaal zwaar handwerk. De eerste methodes waren vrij primitief, de olijftelers wachtten net zo lang tot de olijven uit de boom vielen om deze daarna te verzamelen.
Deze methode werd al snel achterhaald, wanneer de laatste olijven uit de boom vielen waren de eerste gevallen olijven al verrot. Deze methode heeft dan ook niet lang gewerkt.
De eerste afbeeldingen van een olijfoogst waren al veel "moderner". Uit de oude afbeeldingen blijkt dat er met stokken op de takken van de olijfboom werden geslagen (Deze methode wordt zelfs nu nog hier en daar door enkele oudere bewoners van Kreta uitgevoerd) waarna de olijven uit de boom vielen.
Onder de boom werden netten of lakens uitgespreid waar de olijven werden opgevangen.
Als alle olijven op de lakens lagen werden ze verzameld en naar huis of later ook naar een molen gebracht. Hedendaags gaat het allemaal wat sneller en georganiseerder.
Het eerste wat gebeuren moet voor het oogsten is de oppervlakte onder en om de boom goed afdekken met netten zodat er zo weinig mogelijk olijven verloren gaan. Vervolgens wordt er met een soort lange stokken met een electromotor en ronddraaiende plastic staafjes door de bomen heen gekamd.

Alle olijven worden zodoende van de tak afgetikt waarna ze onder de boom op de netten terechtkomen.
Vervolgens moeten de olijven van de netten in jute zakken of plastic kratten worden verzameld, om vervoer naar de fabriek mogelijk te maken.
Het beste is om dan de olijven op een zo kort mogelijke termijn te laten persen, omdat hoe langer ze blijven liggen, hoe sneller de kwaliteit van de olie keldert.
Inmiddels zijn er op het gebied van de olijfoogst heel wat manieren uitgedacht om het oogsten makkelijker te maken.
In Spanje en Italie rijden er grote tractoren over speciaal klein gehouden bomen heen om de olijven uit de boom te "zuigen".
Deze methodes werken alleen op vlakke bouwgronden met speciaal hiervoor aangelegen velden.
Voor Kreta zijn deze methodes niet mogelijk, Kreta is vrij bergachtig, met bomen op de meest onmogelijke plaatsen.
En de olijfbomen op Kreta zijn meestal vrij groot en erg oud.
Misschien mede daarom de superieure kwaliteit olijfolie.
Op onze fotopagina zijn meer foto's van de olijfoogst te zien.
